Van spirituele zoektocht naar thuiskomen in jezelf
- Marit Bogaard

- 23 jan
- 9 minuten om te lezen
Mijn weg van zelfafwijzing naar werkelijk thuiskomen in mijn lichaam
Er is een soort moeheid die niet verdwijnt door slaap. Een moeheid die niet in je spieren zit, maar dieper. Alsof je al heel lang onderweg bent, zonder precies te weten waarheen. Alsof je iets zoekt wat je niet kunt benoemen, maar waarvan je zeker weet dat het bestaat. Dat gevoel heeft mij een groot deel van mijn leven vergezeld.
Dit verhaal is geen succesverhaal. Het is geen getuigenis van ‘hoe het uiteindelijk goed kwam’. Het is het verhaal van een mens die lang heeft gezocht, veel heeft gevoeld, veel heeft doorzien en zichzelf onderweg ook is kwijtgeraakt. En die nu begint te landen. Niet omdat alles opgelost is, maar omdat ik stop met weglopen.
Ik schrijf dit omdat ik weet dat ik niet de enige ben. Omdat er mensen zijn die heel bewust zijn, veel innerlijk werk hebben gedaan en toch blijven hangen in een subtiele onrust.
Spiritualiteit kan soms net zo goed een vluchtroute worden, een manier om niet te hoeven voelen wat zich vanbinnen aandient. Belichaming vraagt het tegenovergestelde: blijven waar het ongemakkelijk is, niets overslaan. Misschien is dat wel waarom het zo onderschat wordt, en tegelijk het meest eerlijke pad dat er bestaat.
Het gevoel van hier niet willen zijn
Dit gevoel begon niet met woorden. Het was er gewoon. Als kind al. Een stille onderstroom die maakte dat ik me nooit helemaal vanzelfsprekend voelde in dit leven. Alsof ik wel aanwezig was, maar niet echt gearriveerd. Alsof mijn ziel ergens anders nog stond te wachten.
Ik was een gevoelig kind. Ik voelde sferen, spanningen en onderstromen feilloos aan. Thuis was de band tussen mijn moeder en mijn zus niet vanzelfsprekend warm. Dat voelde ik haarfijn. Ik vond het rot voor mijn moeder en nam iets op me wat te groot was voor een kind. Ik beloofde haar innerlijk dat ik altijd lief zou zijn, dat ik het makkelijk zou maken, dat ik de harmonie zou bewaren.
Vanaf dat moment werd afstemmen een overlevingsstrategie. Aanvoelen wat nodig was. De scherpe randjes verzachten. Zorgen dat het rustig bleef. Niet omdat iemand dat van mij vroeg, maar omdat ik voelde dat spanning te pijnlijk was om te laten bestaan. Later hoorde ik van mijn moeder; ‘je kon altijd zo lief alleen op je kamer spelen.’ Ik trok me vaak terug in mijn eigen binnenwereld.
In mijn pubertijd en jong volwassen leven heb ik jaren een diep verlangen naar iets wat ik ‘thuis’ noemde gevoeld, zonder precies te weten wat dat was. Dat thuis voelde warm, liefdevol en veilig. Een plek waar niets van me gevraagd werd. Waar ik niet hoefde te zorgen, niet hoefde te dragen, niet hoefde te begrijpen. Waar ik niet alert hoefde te zijn.
Het leven hier voelde daartegenover vaak zwaar en vreemd. Niet omdat het alleen maar pijnlijk was, maar omdat het voelde alsof ik constant iets moest bijhouden. Alsof ik aan stond. Alsof ik niet mocht ontspannen. De wereld om mij heen voelde vaak hard en luid, terwijl mijn binnenwereld zacht, gevoelig en diep was.
Langzaam ontstond er een innerlijke conclusie: dit leven is iets wat je volhoudt. Thuis is ergens anders. Ik ging mee in de chaos, ook innerlijk. Rust komt later.
Dat idee gaf houvast. Het maakte het mogelijk om door te gaan. Maar het hield me ook weg van hier. Weg uit mijn lichaam. Weg uit het nu.
Zelfafwijzing en het moeten verdienen
Onder mijn zorgzaamheid en kracht lag een laag die ik lange tijd niet onder ogen wilde zien: zelfafwijzing. Niet hard of vijandig, maar stil en structureel. Ik had niet geleerd dat ik er mocht zijn om wie ik was. Ik had geleerd dat mijn waarde samenhing met wat ik deed.Ik geloofde, als ik zorgde, was ik welkom. Als ik me aanpaste, bleef het veilig. Als ik sterk was, werd ik gezien. Zo ontstond een diep loyaliteitspatroon. Niet uitgesproken, maar voelbaar. Ik nam verantwoordelijkheid die eigenlijk te groot was. Ik voelde me schuldig als ik iets voor mezelf wilde, alsof dat automatisch ten koste ging van de ander.
Zorgen werd liefde. Beschikbaar zijn werd verbinding. Mijn eigen behoeften raakten ondergesneeuwd, niet omdat ze er niet waren, maar omdat ze onhandig voelden. Lastig. Misschien zelfs egoïstisch.
Schaamte speelde hierin een grote rol. Schaamte op mijn verlangens. Schaamte op mijn moeheid. Schaamte op het feit dat ik rust wilde terwijl anderen nog aan het ploeteren waren. Ik durfde niet voor mezelf op te komen en voor mezelf te kiezen.
Er zat een diep schuldgevoel op ontvangen. Op het idee dat het makkelijk voor mij mocht gaan. Dat ik gedragen mocht worden. Dat ik niet altijd degene hoefde te zijn die overeind bleef.
Ik leefde vanuit de gedachte dat ik eerst iets moest zijn. Eerst iets moest oplossen. Eerst beter moest worden. Dan pas mocht ik rusten.
Dat was geen overtuiging die ik bewust koos. Het was een conclusie die logisch voelde in een aangeleerd systeem waarin liefde gekoppeld was aan geven.
Tegelijkertijd leefde er ook een andere beweging in mij. Een verlangen om los te breken. Om alles te ervaren wat buiten de lijntjes viel. Alsof ik het leven wilde inhalen. Dat verlangen werd sterker na het verlies van drie vrienden door een ongeluk toen ik vijftien was. Het besef hoe kwetsbaar en eindig het leven is, raakte me diep.
Met dat verlies kwam ook iets anders. Verdriet dat te groot voelde om te dragen. Pijn die ik niet meer wilde voelen. Ik trok me terug uit mijn eigen gevoelswereld, niet omdat ik ongevoelig werd, maar omdat het te veel was. Om te kunnen blijven functioneren, ging ik nog meer weg bij mijn gevoel.
Ik was boos. Boos op de wereld. Boos op het leven. En ook boos op God, als die al bestond. Want hoe kon liefde bestaan in een wereld waarin dit zomaar kon gebeuren. Die boosheid gaf me kracht, maar ze haalde me ook verder bij mezelf vandaan.
Wat toen voelde als overleven, was in werkelijkheid opnieuw een vorm van zelfverlating. Niet omdat ik mezelf afwees met woorden, maar omdat ik mezelf niet meer durfde te voelen.
Vluchten uit het lichaam
Mijn lichaam was lange tijd geen veilige plek. Aanwezig zijn in mijn lichaam betekende voelen. En echt diep voelen, betekende spanning, onrust en leegte. Dus zocht ik manieren om daar niet te zijn. Als tiener en jongvolwassene vond ik uitwegen in verdoving en feesten. Niet als structurele zelfdestructie, maar als ontsnapping. Even weg uit het voelen. Even los van zwaarte en alertheid. Het ging me niet om middelen op zich, maar om het verdwijnen van spanning en verantwoordelijkheid. Om even geen lichaam te hebben dat iets van me vroeg.
Ik heb ook nare ervaringen met mannen meegemaakt. Dat raakte mijn gevoel van veiligheid diep. Het bevestigde iets wat mijn lichaam al langer leek te weten: dat zakken, openen en voelen risico met zich meebracht. Vanaf dat moment werd de afstand tot mijn lichaam groter. Spanning nestelde zich dieper. Aanwezig zijn voelde niet alleen onrustig, maar ook bedreigend.
Later kreeg die beweging meer lagen. Niet alleen via verdoving, maar ook via bewustzijn, overmatig analyseren en spirituele verdieping kon ik uit mijn lichaam verdwijnen. Ook dat hield me net boven mijn lichaam: dichtbij, maar niet erin.
Ik was heel hooggevoelig en bewust, voelde veel, zag veel. Maar voelen in het lichaam was iets anders dan waarnemen. Mijn lichaam werd iets wat ik moest reguleren, niet iets waar ik in kon rusten. Iets wat ik moest controleren, niet iets wat mij droeg.
Het vermijden van voelen was geen lafheid en geen ontkenning. Het was bescherming. Mijn systeem had geleerd dat echt zakken in het lichaam onveilig was. Dat ontspanning niet vanzelfsprekend veilig was. Dat loslaten consequenties kon hebben. Dus bleef ik alert. Aanwezig, maar niet belichaamd. Levend, maar niet volledig hier.
De spirituele zoektocht
Mijn spirituele zoektocht kwam voort uit nieuwsgierigheid en herinneren, maar ook uit noodzaak. Ik zocht iets wat het leven draaglijker maakte. Iets wat betekenis gaf aan het gevoel van afgescheiden zijn. Het gevoel dat er nog een puzzelstukje ontbrak. Spiritualiteit voelde als een reddingsboei. Als een taal die eindelijk paste bij wat ik vanbinnen al kende. Ik las, leerde, ervaarde en verdiepte. Tegelijkertijd was het ook een manier om niet volledig aanwezig te hoeven zijn in een wereld waarin ik me vaak onbegrepen voelde. Een subtiele vlucht, minder grof dan verdoving, maar minstens zo effectief.
Toen ik ThetaHealing ontdekte, was de herkenning diep. Dit veld kende ik. De verbinding met de Bron voelde als thuiskomen in iets vertrouwds. Alsof ik iets herkende wat ik altijd al had geweten, maar nooit had kunnen benoemen. Ik voelde me oprecht blij, dankbaar en gedragen. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik zelf iets in handen had. Dat ik niet hoefde te wachten tot iemand mij zou redden of helen. Ik kon het zelf. Ik kon mezelf ontmoeten, mezelf ondersteunen en begeleiden in lagen waar ik eerder geen toegang toe had. Dat gaf kracht.
Het voelde dat ik mijn goud in handen had. Alsof ik eindelijk een taal had gevonden voor iets wat al mijn hele leven in mij aanwezig was.
De mogelijkheid om mezelf te helen en rechtstreeks af te stemmen op een veld van liefde en helderheid voelde als een enorme bevrijding. Ik was niet langer afhankelijk. Ik hoefde het niet buiten mezelf te zoeken. Dankzij ThetaHealing heb ik in die periode ook veel blokkades en overtuigingen getransformeerd. Patronen die jarenlang vastzaten kwamen in beweging. Ik kreeg inzicht in mezelf, in mijn reacties, mijn angsten en beschermingsmechanismen. Er kwam ruimte waar eerder verkramping was.
Ik kon verder zakken dan ik ooit eerder had gekund. Niet alleen mentaal, maar ook emotioneel en energetisch. Mijn bewustzijn verruimde. Ik begon mijn gevoeligheid beter te begrijpen en mezelf serieuzer te nemen. Er kwam meer zachtheid, meer helderheid en meer keuzevrijheid.
En toch, dat zag ik pas later, speelde die verbinding zich vooral af in het veld van bewustzijn. Hoog, helder en ruim. Het gaf richting en betekenis, maar bracht me nog niet volledig terug in mijn lichaam. De Bron voelde nabij, maar ook als iets waar ik me op afstemde, eerder dan iets wat volledig door mij heen leefde. Er bleef een afstand. Ontvangen bleef spannend. Volledig zakken voelde gevaarlijk. Overgave voelde als iets wat consequenties kon hebben.
Ik dacht lange tijd dat dit betekende dat ik nog niet diep genoeg ging, dat er nog iets opgelost moest worden. Pas later werd duidelijk dat ThetaHealing mij juist leerde het licht van de Bron niet alleen te ervaren, maar door mij heen te laten stromen als een eenheid. Mijn bewustzijn wist dit wel, maar mijn lichaam had meer tijd nodig om dit werkelijk te dragen.
Te ver vooruit zijn
Ik was te ver vooruit gegaan. Niet in de zin van beter of verder, maar in tempo. Mijn bewustzijn liep voor op mijn belichaming. Ik wilde overgave voordat ik mezelf echt had gezien. Ik wilde één zijn met het grotere geheel terwijl ik mijn mens-zijn nog niet volledig had omarmd. Ik wilde verdwijnen in licht, terwijl mijn lichaam nog niet veilig voelde om daar te blijven. Ik leefde op een tijdlijn waar mijn lijf nog niet was aangekomen. Ik probeerde iets te zijn wat ik nog niet kon dragen. Bewustzijn vóór incarnatie. Dat is wat het was.
Het keerpunt
Het keerpunt kwam niet als een openbaring. Het kwam als een stille erkenning.
Het probleem was geen gebrek aan vertrouwen. Het probleem was een gebrek aan belichaming. Mijn waakzaamheid was geen blokkade. Het was bescherming. Ik had mezelf lange tijd verlaten. Niet bewust, maar consequent. Ik was steeds een stukje verder gegaan dan waar mijn lichaam kon volgen. Zo bleef ik bezig om niet te hoeven voelen. Ik zag dat ik mezelf niet liefhad zoals ik was. Dat ik dacht dat ik eerst iets moest zijn, iets moest bereiken, iets moest oplossen om rust te mogen ervaren.
Dat inzicht landde niet in mijn hoofd, maar in mijn buik. Het besef was pijnlijk en bevrijdend tegelijk. Wat heb ik mezelf gemist! Het verschil van aanwezig zijn en erboven zweven is nu herkenbaar. Ik ben mij hier nu van bewust en kan nu diep in mijn eigen bron voelen.Ook merk ik sneller op als ik niet aanwezig ben.
Het nieuwe inzicht
Leren en groeien horen bij het leven. Maar wat ik loslaat, is de onrustige drang om mezelf steeds te verbeteren, om verder te moeten, om iets te worden. Ik hoef mezelf niet meer bezig te houden om niet te voelen. Ik mag stil zijn en bij mezelf blijven. De Bron is niet buiten mij, maar hier, in mezelf. Eenheid ontstaat door te blijven en te voelen. Het is een bewustzijnsverschuiving. Van streven naar aanwezigheid. Van zoeken naar landen.
Belichaming zonder spiritual bypass
Belichaming betekent voor mij niet dat alles prettig of licht wordt. Het betekent dat ik blijf, juist wanneer het ongemakkelijk is. Dat ik niet meteen hoef op te lossen, te verklaren of te stijgen, maar aanwezig blijf bij wat zich aandient. Het betekent mijn menselijkheid toelaten. Mijn verlangens serieus nemen, ook als ze klein of onhandig voelen. Keuzes maken die kloppen voor mij, zonder ze te hoeven uitleggen of rechtvaardigen.
Rust ontstaat voor mij niet door overgave te forceren, maar door mezelf niet langer te verlaten. Door te blijven in mijn lichaam, in mijn adem, in dit moment, ook als dat spannend is.
Er is geen ontsnapping meer naar iets hogers of groters. Alleen dit: hier zijn, in dit lichaam, in dit leven, precies zoals het zich nu aandient.
Voor wie dit is
Deze woorden zijn voor wie al veel heeft gedragen.Voor wie sterk is geworden, verantwoordelijkheid heeft gedragen en bewust is.Voor wie heeft geleerd te denken, te begrijpen en altijd door te moeten gaan.
Voor wie moe is van het zoeken buiten zichzelf.Voor wie verlangt naar rust, maar merkt dat het hoofd het nog steeds overneemt.Voor wie voelt dat de weg niet verder naar voren ligt, maar naar beneden, naar binnen.
Er is niets wat je hoeft te bereiken.Alleen iets om te herinneren. Dat wat je zoekt niet buiten je ligt,maar altijd al in jou aanwezig is,precies zoals je bent.
‘Hier ben ik en ik ben goed genoeg’
En voor het eerst voelt dat niet als wachten op iets dat nog moet komen,maar als thuiskomen in wat er al is.
Liefs,
Marit


Opmerkingen